Bijdrage rector Prof. Dr. Ahmed Akgunduz opening academisch jaar 2015-2016

Opening van het Academisch Jaar 2015 – 2016
Prof. Dr. A. Akgunduz
14 september 2015

Geachte gasten, dames, heren en beste Studenten

Ik wens van onze Schepper dat dit academisch jaar een bijzonder succesvol jaar gaat worden: moge het een intellectueel verrijkend Academisch jaar worden. Voordat ik begin met mijn voordracht wil ik u meegeven dat ik vandaag mijn speech in de Engelse taal zal houden. Dit wegens onze internationale gasten.

Graag deel ik jullie mede dat wij ook dit jaar aan nieuwe projecten onderwijsprojecten zullen werken. Het is dan ook een doel om onze strategische partnerships te verbreden en meer samenwerking te initiëren met onderwijsinstellingen voor meer mobiliteit. In dit kader kan ik u meegeven dat wij dit jaar onze eerste mobiliteit van onze studenten naar Marokko van start mogen laten gaan. Mijn collega’s zetten zich ook dit jaar hard in om meer landen en onderwijsinstellingen aan te schrijven. Wij hebben in onze strategie opgenomen dat wij in de komende jaren meer gebruik willen maken van technologie om kennis en ontwikkeling van onze studenten beter te kunnen benutten opdat wij onze studenten kunnen equiperen met de nodige vaardigheden, kennis en ervaring binnen en buiten Europa.

Ik mag ook met trots vermelden dat onze jaarlijkse publicatie JRISS (Journal of Rotterdam Islamic and Social Sciences) opgenomen is in de prominente Index Islamicus. Zo zijn onze bijdragen beschikbaar voor alle academici en hun onderzoek. Momenteel heeft Thomson Reuters onze Journal in behandeling genomen voor evaluatie in het Social Sciences Index. Dit jaar brengen wij de zesde editie van ons Journal uit.

De Islamitische Universiteit Rotterdam groeit in vele opzichten. Als wij het hebben over aantallen studenten zijn wij dit jaar boven de 300 studenten. Ten aanzien van onze twee opleidingen behelst onze strategie een voorzichtige groei. Niet alleen als het gaat om onze speerpunten: onderzoek, kennis, mobiliteit en technologie maar ook als het gaat om de kwaliteit van onze opleidingen die gepaard gaan met de sociaal maatschappelijke ontwikkelingen.

Vorig jaar zijn onze opleidingen getoetst door een onafhankelijke commissie van de NVAO. Deze onafhankelijke commissie heeft een positief oordeel uitgebracht als het gaat om de kwaliteit van onze beide opleidingen. Daar zijn wij uiterst trots op. Onze Masteropleiding ‘Islamitische Geestelijke Verzorging’ heeft een nieuwe verlenging van zes jaren en onze Bacheloropleiding heeft een succesvol midterm review gehad.

Wanneer wij als IUR de toekomst inkijken zien wij onze studenten als bekwame professionals die op zijn zachts ‘sophisticated’ te noemen zijn. Ze vormen straks een belangrijke schakel tussen werk en alle andere sociaal maatschappelijke elementen. De samenleving heeft grote behoefte aan jongeren die kennis hebben van de eigen Godsdienst als van de maatschappij waarin ze leven.

Na deze korte inleiding wil ik graag nog een paar kanttekeningen maken:

Allereerst: onze Profeet Mohammed heeft de volgende overgeleverd,

‘Er zijn mensen die de grenzen van Allah niet overschrijden en er zijn mensen die dat wel doen. Deze zijn net zoals twee groepen mensen op een schip. De ene groep bevindt zich onder het dek en de andere groep boven het dek. Als de groep beneden een gat zou willen slaan in het boeg om zich te kunnen voorzien van hun waterbehoefte en als de groep boven dit niet tegen zou houden dan zou er een ware ramp ontstaan’.

Het is cruciaal van belang dat er ook in Europa nauw geluisterd wordt naar de humanitaire crises dat zich momenteel ontvouwt. De vluchtelingen toestromen vanuit Afrika en Azië naar Europa zijn eminent. Het lijkt wel de zwaarste uitdaging uit de Europese geschiedenis. Wij zouden de Europese burger moeten herinneren aan de vlucht van de eigen voorouders wegens oorlogen, religieuze onderdrukking, armoede en hongersnood. De Europese geschiedenis is per definitie een imperatief om niet de andere kant op te kijken.

Het tweede punt: het is noemenswaardig dat niet alle naties en staten en gemeenschappen de internationale wettelijke systemen hebben omarmd. Er zijn meningsverschillen als het gaat om bijvoorbeeld mensenrechten. Religieuze groeperingen zoals de onze aanvaardt huwelijk tussen dezelfde geslachten bijvoorbeeld niet als een grondrecht. Godsdiensten hebben het recht om dit te beamen. Hiermee is niet gezegd dat er conflicten zijn tussen mensenrechten zoals wij die kennen en Islam of andere godsdiensten: er zijn slechts verschillen tussen die genuanceerd dienen te worden.

Sommige wetenschappers benaderen deze verschillen als iets tussen de islamitische wetgeving en de Europese perspectief in het algemeen. Daar ontbreekt alle fundamenten. Vaak worden om deze reden extreme voorbeelden aangehaald zoals de positie van de Ahmadiya en de positie van hun burgerschap in Pakistan. Voor de islamitische wetenschapper is het niet een mogelijkheid te denken in termen van een reformatie, renovatie of verandering in de kern en essentie van het geloof.

Het derde punt: dan is er nog de misvatting over de islam, namelijk dat het niet onlosmakelijk te zeggen is dat Islam eenduidig overeenkomt met de bestaande wetten. Bijvoorbeeld, islam verbiedt de consumptie van alcohol, daar waar in de Europese staten het juist is toegestaan. Dit mag vooral niet betekenen dat een wetenschapper uit welke achtergrond dan ook daar een artikel niet mag schrijven of het verbod op alcohol niet mag bestuderen. Wij dienen hier een onderscheid te maken tussen academisch onderzoek over Islamitische regelgeving en het verschaffen van correcte informatie op basis van de islamitische hoofdbronnen. Deze activiteiten mogen niet in de weg gestaan worden. Het zou absurd zijn een boek te verbieden waarin uitleg over homoseksualiteit vanuit Islamitisch perspectief verboden is. Informatie in zulke fiqh boeken zijn geen onderwerp om tot een verandering te komen. Op de tweede plaats mogen individuen de shariaregels niet in eigen hand nemen. Het enige gezag dat sharia mag implementeren is wat in Islam Oeloel Amr heet, dat zijn de beleidsmakers van een Islamitische Staat en vooral niet de Moslim individuen.

De vrijheid tot het uiten van een academische mening is een universeel recht en een waarde tussen islamitische en westerse beschavingen. Academische uitingen gebaseerd op geloofsopvattingen zijn nimmer als sociale commoties op te vatten.

Het Vierde punt: ieder mens uit welke geleding dan is niet per definitie verplicht iedere vorm van wetgeving tot zich te nemen. Mensen hebben de vrijheid intellectueel gezien er niet mee eens te zijn. Wel is er een groot onderscheid te maken tussen de eerste en het niet mogen overtreden van diezelfde wetgeving. Bovendien kan men het hoofd bieden tegen bepaalde wetten en regels welke haar basis kan hebben in het geloof. Deze kan twee vormen aannemen:

Ten eerste kan deze in de vorm zijn van een intellectueel verzet. Dit is een recht dat een ieder toe mag komen. Sterker nog het is een universeel recht om zich te mogen uiten.

Een andere vorm is uiteraard de politieke manier. Het opzetten van een politieke partij is daar een goed voorbeeld van. Wij intellectuelen zijn in deze laatste niet geïnteresseerd. Andere extremere vormen zijn in protest gaan of zelfs in opstand komen of het bewust veroorzaken van een sociale commotie.

Wij leren uit de Koran dat deze vormen van verzet tegen welke staat dan ook te alle tijden zijn verboden voor iedere moslim. Het is zelfs een plicht van iedere moslim om dergelijk gedrag af te keuren om extremisme en radicalisering in samenlevingen tegen te gaan. Een dergelijke interpretatie leren wij van de boeken (Risale’i Nur) en de schrijver daarvan, Beddiuzaman.

Het Vijfde punt: ook moeten wij onze best doen om op intellectuele wijze segregatie tegen te gaan. Rassendiscriminatie en/of segregatie zoals tussen blank en zwart, tussen moslims en niet-moslims en zelfs tussen terroristische organisaties. Ik zie de noodzaak om als academicus deze kwestie aan te kaarten omdat het onze universele vrede betreft.

Aangezien wij allen in Europa leven, dien ik met teleurstelling aan te duiden dat sommige regeringen in Europa terroristische organisaties onderverdelen in twee groepen; de eerste groep kunnen we als ‘opportunistische terreurorganisaties’ aanmerken, die niet gedeporteerd kunnen worden zonder een juridisch vonnis. Bijvoorbeeld de PKK en ETA. De tweede groep is de ‘schade toebrengende terreurorganisaties’ zoals DAESH en Al-Qaeda, die gedeporteerd kunnen worden zonder een juridisch vonnis. Een dergelijke onderscheiding kan niet gerechtvaardigd worden.

Laten we herinneren aan een verhaal over een volk in het dorp. Op een dag kwam het slechte nieuws in het dorp dat een gigantisch monster nadert om het gehele volk op te eten. Om deze reden kwam het volk bijeen om de aanval van het monster te voorkomen. Zij verkozen enkele vertegenwoordigers onder zich om met het monster te onderhandelen. Na de bijeenkomst keerden de vertegenwoordigers plezierig terug en vertelden over de onderhandeling als volgt:

‘We hebben met het monster besloten dat wij hem één jongen en één meisje per dag zullen presenteren; de overige personen zullen veilig blijven. Het monster zal niet meer van ons vragen.’ Toen de wijze en oudere dorpsbewoners dit besluit aanhoorden, begonnen zij te huilen en uitten zij een universeel feit: ‘Dit is de meest slechte beslissing, om twee redenen: Allereerst, op een dag zal iedere dorpsbewoner aan de beurt komen. Ten tweede weten wij niet het exacte tijdstip waarop wij onze jongens en meisjes zouden moeten presenteren. Het wachten op de dood is erger dan de dood zelf.’

Het Laatste punt: U zou moeten weten dat de Islamitische Universiteit Rotterdam fungeert als een ‘firewall-instituut’ om radicalisering tegen te gaan. De doornige kwestie m.b.t. de zaak van moslims die in de ontvangende Europese landen woonachtig zijn, kan als volgt geformuleerd worden: zou Islam een dreiging kunnen zijn voor niet-islamitische Europese gemeenschappen? Immers, zowel niet-moslims als hun moslim buren hebben de wil om in vrede te leven als burgers van hetzelfde land. Helaas druist de situatie tegen alle verwachtingen in. Waarom? Enerzijds omdat moslims de regels binnen Islam, die nageleefd zouden moeten worden in West-Europese Staten, niet kennen. Dit heeft tot gevolg dat er sommige verkeerde benaderingen zijn naar niet-moslim gemeenschappen en hun levensstijl. Anderzijds zijn er misvattingen in waar men naar refereert als de conflicterende relatie tussen Islamitische regels en lokale wet- en regelgeving en tradities van Europa. Delen van West-Europese politiek, zoals zij worden ervaren door de realiteiten van hun integratie beleid, interpreteren de integratie van moslims veelal als het verlaten van hun cultuur, geloof en de basisprincipes van hun religie ter faveure van Europese normen en waarden.

Het onderwijzen van deze religieuze regels aan moslims die buiten de Islamitische wereld woonachtig zijn, met de hoop op het vermijden van de schending van lokale regelgeving en het respecteren van de lokale wetgeving, is een cruciaal punt in de richting van werkelijke integratie en een vreedzaam en harmonieus leven. Het is tevens noodzakelijk voor Westelijke landen dat zij respect tonen voor de geloofsovertuigingen van hun onderdanen. Enkel kennis kan meer licht werpen op deze kwesties en ze tot een oplossing brengen. Dit is één van de primaire taken van een Islamitische Universiteit. Het wenst eenieder bijeen te brengen en kennis te verspreiden onder burgers van Nederland, het land van vrede.

Dank u.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.