Onderwijsvormen - theorie en praktijk
Het onderwijs bestaat voornamelijk uit hoorcolleges, werkcolleges en zelfstudie. Het onderwijsprogramma is opgebouwd uit modules (vakken, onderwijseenheden of onderwijsonderdelen). Met een module wordt een samenhangend programma van colleges, trainingen, voorbereidingstijd, studietijd, ofwel een blok of een stage of een scriptie aangeduid. Aan iedere module is een bepaald aantal studiepunten toegekend. De beschrijvingen van modules zijn in de studiegids te vinden. Iedere module heeft een eigen code en kent eigen onderwijs- en toetsingsvormen.
Hoorcolleges
Tijdens de hoorcolleges wordt er door een docent aan een groep studenten gedoceerd. Het gaat hier vooral om de theorievakken. Met de stof van zo’n hoorcollege gaat de student aan de slag. Een hoorcollege is een algemene, mondelinge presentatie van een onderwerp door de spreker terwijl de studenten luisteren, aantekeningen maken en aan het eind van het hoorcollege vragen kunnen stellen. Over het algemeen duurt een hoorcollege één uur en 30 minuten met een pauze van 15 minuten. Van de studenten wordt verwacht dat ze actief deelnemen aan colleges.
Werkcolleges /seminaries
Een werkcollege volgt de student met een klein groep studenten. Tijdens de werkcolleges doen de studenten wel mee aan gesprekken en discussies. Er wordt een actieve bijdrage verwacht. Een seminarie is een interactieve, diepgaande bespreking van de inhoud van een onderwerp tussen een docent (als tutor) en een kleine groep studenten. Van de studenten wordt een actieve houding verwacht omdat ze een werkstuk moeten overhandigen.
Zelfstudie en leerstof
De student maakt zich de leerstof eigen door zelfstudie. Daarnaast wordt begeleiding geboden in de vorm van bijeenkomsten (contacturen) en begeleiding op afstand via telefoon of e-mail.
Voor de studie wordt vaak gebruik gemaakt van verschillende studiematerialen zoals readers, dictaten, tekstboeken, computers en handleidingen. Elk lesmateriaal is vrijwel altijd in hoofdstukken opgedeeld in de volgende onderdelen:
- Een beschrijving van de module, de naam van de docent, de doelstelling, de vaardigheden, de beoordelingswijze, literatuuropgave.
- De Inleiding, waarin kort wordt aangegeven waar het onderwijsonderdeel over gaat en welke voorkennis daarbij gebruikt wordt, en waarin de leerdoelen van de leerstof expliciet geformuleerd worden;
- De kernonderwerpen in opeenvolgende hoofdstukken met de eigenlijke leerstof, waarvan de bestudeerbaarheid ondersteund wordt door studeeraanwijzingen, opgaven en opdrachten, kernbegrippen, voorbeelden, literatuuraanwijzingen voor verdere studie en samenvattingen.
Onderzoekstaken
Voor sommige modules moet de student een werkstuk schrijven van een onderzoek. Een werkstuk is van beperkte omvang en omvat een verslag van de verrichte handelingen. Echter, een scriptie bestaat meestal uit een grotere tekst dan die van een werkstuk. Afhankelijk van onderzoeksdoel kan het werkstuk en de scriptie zowel individueel als in groepsverband geschreven worden. In de meeste gevallen gaat het om individuele handelingen. Van de studenten wordt verwacht dat ze in staat zijn om aan te tonen dat zij het onderwerp van hun vak hebben begrepen, dat ze de noodzakelijke literatuur hebben gelezen, dat ze in staat zijn de kern te analyseren en dat ze zichzelf duidelijk en helder kunnen uitdrukken.
Stage en supervisie
Gedurende de beroepsopleidingen zoals geestelijke verzorging doet de student werkervaring op in een instelling. De stage is meer een praktijkstage dan een wetenschappelijk onderzoekstraining. De praktijkstage bestaat uit een korte stage van 2x 40 stage-uren en een grote stage van 200 stage-uren. Dat kan zowel in geestelijke zorginstellingen, periferieziekenhuizen als in gevangenissen. Een extra stage van 140 uren is mogelijk.
Aan de selectie van de stageplaats gaat een zorgvuldige procedure vooraf waarbij ook in een consultatie van de student voorzien is. De stageplek dient als zodanig erkend te zijn door de stagecoördinator. De inhoud en het niveau van de stages worden goedgekeurd door de stagebegeleiders ter plekke en de stagecoördinator van de opleiding
De student sluit de stageperiode af met een stageverslag. De beoordeling van het stagewerk vindt plaats volgens de leerdoelen en vaardigheden. In het stagereglement van de opleiding zijn doelstellingen en beoordelingswijzen apart opgenomen.
Iedere stagiare krijgt een stagehandleiding, stage contract en een stagereglement.
Voor of na de stageperiode bestaat ook de mogelijkheid om gebruik te mogen maken van supervisie.
|