| Onderwijs- en Examenreglement |
|
Zie ook: Het Onderwijs- en examenreglement (OER)De volledige regelgeving met betrekking tot de beoordeling en normering is vastgelegd in het Onderwijs- en examenreglement (OER). Het OER van elke afzonderlijke opleiding is vastgelegd volgens de regels van de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW). De Examencommissie is verantwoordelijk voor de regelgeving betreffende tentamens en examens. In het OER worden alle regelgevingen betreffende het onderwijs en tentamens in detail vastgelegd. Voorbeeld: Over tentamens: de datum en tijdstip waarop de tentamenstof bekend en beschikbaar moet zijn, de wijze en frequentie waarop de tentamens afgenomen worden, de beoordelingsstrategieën en de tijdspanne tussen de toetsen, de procedure van participatie aan de tentamens, de orderegels waaraan men zich dient te houden voor, tijdens en na een tentamen, de bekendmaking en het publiceren en het registreren van de tentamenresultaten. Over het onderwijsprogramma: de doelstellingen en eindtermen van de opleiding, de samenstelling van onderwijseenheden waaruit het onderwijsprogramma bestaat, de eisen waarop voldaan moet worden om een examen met goed gevolg af te sluiten, de studielast (in EC) van elke onderwijsonderdeel. De volledige versie van het OER is ook verkrijgbaar bij de Examencommissie of bij de Studentenzaken. Wijze van toetsing en beoordelingIedere onderwijseenheid wordt afgerond met een toets en deze toets kent verschillende vormen: mondelinge toetsvormen, schriftelijke toetsvormen en vaardigheidtoetsen. Voor elke onderwijsonderdeel of onderwijseenheid wordt vooraf de vorm van toetsing vastgelegd. In het hoofdstuk Beschrijving van de modules in studiegids van elke opleiding staat vermeld hoe een onderwijseenheid wordt getoetst. In het Onderwijs en Examenreglement van elke opleiding is er uitgebreide informatie te vinden over de regelgeving m.b.t de toetsen en beoordelingen. In een beoordeling wordt het kennisniveau van de student in de betreffende leerstof getoetst. Hierbij gaat het om de inhoud van de onderwerpen die tijdens de hoorcolleges en seminaries zijn besproken, de kennis van de student te testen. Tijdens een schriftelijk tentamen krijgen de studenten open, meerkeuze en essay-type vragen die ze moeten beantwoorden. Bij de keuze van tentamenvormen wordt bewust vaker gekozen voor schriftelijke tentamens die (deels) uit open vragen bestaan, dan voor meerkeuzevragen. Een andere vorm zoals een schriftelijk verslag of verhandeling of participatie in het onderwijs kan mede deel uitmaken van een toetsing. Daarnaast wordt een groot aantal onderwijsonderdelen afgesloten met een bijzondere verplichting ‘aanwezigheid’ al of niet in combinatie met een schriftelijk tentamen. Vooral bij vakken met weinig tentamenkandidaten wordt vaak gekozen voor een mondeling tentamen. Vaardigheidtoetsen (werkstuk /scriptie en /of training of participatie in speciale seminaries en/of presentaties) zijn vooral van toepassing bij de beoordeling van onderzoekstaken en scripties. Die zijn uitgebreid behandeld in het Reglement inzake Bachelorscriptie (and Masterscriptie) en in het reglement inzake Propedeutisch Werkstuk. Hoewel in het hoofdstuk Beschrijving van de modules van de studiegids van de opleidingen of in het lesmateriaal zelf wordt aangegeven op welke wijze het betreffende onderwijsonderdeel wordt beoordeeld, heeft de betreffende docent (examinator) bevoegdheid om de beoordelingswijze zelf te mogen vastleggen. In het cursusmateriaal is vaak de wijze van toetsing vastgelegd, bijvoorbeeld eerst een aantal opgaven schriftelijk uitwerken en vervolgens een gesprek over de opgaven en de rest van de leerstof. Bij een mondeling tentamen maakt de docent (de examinator) individueel afspraken met de studenten. Frequentie van toetsenAan het einde van elke blokperiode wordt in principe een gelegenheid geboden om tentamens af te leggen. Daarnaast wordt, aan het einde van het tweede blok en aan het einde van het vierde blok, twee maal per studiejaar gelegenheid geboden voor herkansingen. Zodanig wordt in principe voor alle onderwijseenheden minstens viermaal per studiejaar gelegenheid geboden om tentamen af te leggen. Bij de beschrijvingen van een module wordt vaak de wijze van beoordeling aangegeven. Als de student een tentamen niet met goed gevolg heeft kunnen afleggen, kan hij/zij deelnemen aan de herkansingen. Voor een zelfde onderdeel kan men maximum drie pogingen doen (indien de Examencommissie niet anders beslist). In uitzonderlijke situaties, naar oordeel van de Examencommissie, kan een vierde kans geboden worden. Als de student bij meerdere onderwijseenheden niet in slaagt na drie pogingen een voldoende resultaat te behalen, zal de Examencommissie als regel geen andere gelegenheid bieden en zal de student die studie moeten staken. Eisen voor deelname aan tentamens en examensOm toegelaten te worden tot de tentamens en examens dient men aan de volgende criteria te voldoen:
Bij de beschrijving van de onderwijseenheden wordt aangegeven op welk van de bovengenoemde wijzen het betreffende onderdeel kan worden afgerond. Als men een tentamen niet met goed gevolg heeft kunnen afleggen, kan men deelnemen aan de herkansingen. Voor een zelfde onderdeel kan men maximaal drie pogingen doen. In uitzonderlijke situaties, naar oordeel van de Examencommissie, kan een vierde kans geboden worden. Als de student er bij meerdere onderwijseenheden niet in slaagt na drie pogingen een voldoende resultaat te behalen, zal de Examencommissie als regel geen andere gelegenheid bieden en zal de student de studie moeten staken. Beoordelingsschaal voor tentamens en examensBij de beoordeling van de tentamens en examens wordt de volgende schaal gehanteerd:
|
















